Het doel is om de betrokkene te motiveren voor zijn project en dat op zijn eigen ritme.
De psycho-sociale permanentie overdag neemt de fakkel over van het werk dat 's nachts in het onderdakcentrum al verricht werd. De oorspronkelijke sociale diagnose wordt verfijnd en samen met de persoon wordt diens specifieke behoefte geformuleerd.
Men houdt rekening met de voorgeschiedenis van de betrokkene en samen worden er maatschappelijke structuren geïdentificeerd die aan die behoeften tegemoet kunnen komen zodat uiteindelijk realistische en aangepaste oplossingen kunnen worden voorgesteld.
De psycho-sociale benadering richt zich globaal op de toestand van de persoon en streeft er in de eerste plaats naar de persoon in zijn rechten te herstellen om vervolgens samen met de betrokkene een haalbaar project uit te werken om opnieuw met de maatschappij aan te knopen.
De aanpak, de duur en de methode zijn aangepast aan het soort problemen waarmee we te maken krijgen.
Het is evident dat we voor een toestand van chronisch zwerven enerzijds en voor een acute urgentietoestand anderzijds niet op dezelfde manier tewerkgaan. We moeten vernieuwen en begeleiden.
Om de rechten van de betrokkene te herstellen, kunnen een aantal pistes worden gevolgd : de meest courante zijn een voorschot op pensioen, werkloosheidsuitkering, (her)opening van het dossier na een verzoek om financiële steun (leefloon) en dringende sociale bijstand (voedselpakketten, maaltijdbonnen voor sociale restaurants, voorschotten op uitkeringen van de volgende maand) en vragen om informatie of aanvullende inlichtingen.
De meest courante samenwerking in de context van het herstel van rechten is deze met de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Van zodra de rechten van de betrokkene hersteld zijn, kan gewerkt worden aan een doorverwijzing naar een opvangstructuur. We gaan op zoek naar synergie met de maatschappelijk werkers van de instelling die de betrokkene mogelijk kan opvangen en die het best geplaatst is om aan de specifieke behoefte te voldoen.
« Bij Casu worden gesprekken georganiseerd met de daklozen, wat elders niet het geval is. Dat is niet normaal. Het kan toch niet volstaan dat men gewoon een bed ter beschikking stelt en dat de volgende dag tot 's avonds de deur dichtgaat. Mij lijkt het belangrijk om dit publiek en zijn behoeften te kennen, zodat een maatschappelijke heroriëntatie mogelijk wordt. » (Pascal Smet aangehaald door Patrice Leprince in Le Soir, 26/1/2006)